New image

ONDERMIJNING

New image

EMILE KOLTHOFF

New image (Copy)

LECTORAAT

LECTORAAT

ONDERMIJNING

New image

SCROLL OM MEER TE LEZEN 

In 2020 werden de onderzoeksthema’s van het lectoraat verder uitgewerkt en werden keuzes gemaakt over de richting van het onderzoek. De contacten met werkveld en onderzoek werden geïntensiveerd en er werden veel vervolgopdrachten verworven.

In opdracht van de commissie Binnenlandse Zaken van de Tweede Kamer voerde het lectoraat een onderzoek uit naar de opvolging van de Monitor Agressie en Geweld Openbaar Bestuur binnen Nederlandse gemeenten.

De Taskforce-RIEC Zeeland-Brabant gaf het lectoraat een vervolgopdracht in het kader van het indicatorenproject en aan het eind van het verslagjaar werd gestart met een onderzoek met als doelstelling het ontwikkelen van indicatoren voor ondermijning op bedrijventerreinen met behulp van databestanden in opdracht van de provincies Gelderland en Noord-Brabant. Dit onderzoek wordt uitgevoerd in een consortium met Centerdata.

In 2020 werd ook gestart met de voorbereidingen van een groot meerjarig project, waarbij verschillende gemeenten betrokken worden. Hierbij wordt geëxperimenteerd met instrumenten om de sociale cohesie en het vertrouwen in de overheid in wijken te vergroten. Doel is om burgers meer zelfredzaam te maken bij het voorkomen van ondermijning en de meldingsbereidheid te vergroten.

In het verslagjaar kregen de drie onderzoekslijnen van het lectoraat Ondermijning definitief vorm en is de focus gericht op consolidatie en versteviging daarvan. Het onderzoeksprogramma van het lectoraat concentreert zich op de volgende drie thema’s. 

1

INDICATOREN
Indicatoren ten behoeve van vroeg signalering van ondermijning.

2

WEERBAARHEID VAN HET OPENBAAR BESTUUR 
Geweld en bedreigingen tegen publieke ambtsdragers. Verbetering van de inzet van de Wet Bibob. 

3

BURGERPARTICIPATIE
De rol van de burger bij de preventie en aanpak van ondermijning. Vergroting van sociale cohesie en meldingsbereidheid. Herstel van vertrouwen in de overheid.

onderzoeks-
lijnen

In september 2020 ging de minor Bestuurlijke aanpak van Ondermijning voor de eerste keer van start met 34 deelnemende studenten. Studenten van Avans, maar ook van andere hogescholen en de Politieacademie.

De minor is een samenwerking tussen de opleiding Bestuurskunde van Avans en het lectoraat Ondermijning. Ondanks de beperkingen door Corona (het meeste onderwijs moest online) zijn studenten en het onderwijsteam enthousiast en zal de minor in 2021 zeker opnieuw van start gaan. 

New image (Copy) (Copy)

PROJECT

Signaleren van Ondermijning

group.jpg

PROJECT

Bedreigingen en intimidaties tegen publieke ambtsdragers

group_copy.jpg

PROJECT

Minor Bestuurlijke Aanpak van Ondermijning

group_6.jpg
1.jpg

PROJECT

Bedreigingen en intimidaties tegen publieke ambtsdragers

In het eerste kwartaal van 2020 is het lectoraat Ondermijning, in opdracht van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken van de Tweede Kamer, gestart met een evaluatieonderzoek naar de bekendheid van de Monitors Agressie en Geweld Openbaar Bestuur en de aanbevelingen uit het programma Veilige Publieke Taak (VPT). 

een onderzoek naar de opvolging van de monitor Agressie en geweld

De monitor is één van de instrumenten die wordt gebruikt door het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties om inzicht te krijgen in de aard en omvang van agressie en geweld tegen publieke ambtsdragers, het programma Veilige Publieke Taak. Dit programma is opgezet om agressie en geweld tegen medewerkers met een publieke taak tegen te gaan. Het evaluatieonderzoek is in december 2020 afgerond en het rapport is op 14 januari 2021 aan de commissie aangeboden.

Het doel van het evaluatieonderzoek was inzicht krijgen in de mate van bekendheid van de monitor en de maatregelen uit het Programma Veilige Publiek Taak onder politici, bestuurders en ambtenaren.

Publieke werkgevers (gemeenten) zijn over het algemeen bekend met de monitor(en) maar minder bekend met de acties en maatregelen volgend uit de monitoren en het programma Veilige Publieke Taak. We constateren wel verschillen tussen de doelgroepen. De monitor lijkt vooral een functie te vervullen in het vergroten van de bewustwording en agendasetting rond het thema maar speelt slechts een kleine rol als aanjager van beleid. 

De maatregelen waarop beleid is gemaakt en geïmplementeerd zijn met name ‘Agressie en geweld altijd melden bij de werkgever’, ‘Incidenten van agressie en geweld worden altijd geregistreerd’ en ‘De werkgever doet altijd aangifte bij ernstige gevallen van agressie en geweld’. Ook hebben bijna alle gemeenten een organisatorische norm op basis waarvan medewerkers en publieke ambtsdragers weten waar de grenzen van gedrag van burgers liggen en wanneer zij moeten optreden. 

Wel blijft er sprake van een grijs gebied. Voor agressie en geweld tegen ambtenaren geldt veelal een zerotolerance beleid terwijl de burgemeesters, gemeentesecretarissen en griffiers voor zichzelf de grenzen enigszins oprekken. Organisaties die niet of nauwelijks te maken hebben met incidenten, beschikken minder vaak over protocollen/huisregels en besteden minder aandacht aan het thema in vergelijking met organisaties die vaker met incidenten te maken hebben gehad.  

Op basis van het onderzoek is een aantal aanbevelingen gedaan. Deze hebben onder meer betrekking op het zichtbaar maken van dit vraagstuk in de media, het versterken van het bewustzijn, scholing en training, samenwerking met politie en Openbaar Ministerie en het monitoren van de veiligheidsbeleving.

Mocht u vragen hebben over het onderzoek dan kunt u contact opnemen met prof. dr. Emile Kolthoff (ew.kolthoff@avans.nl) of dr. Diana Marijnissen (d.marijnissen@avans.nl). 

Dit programma is opgezet om agressie en geweld tegen medewerkers met een publiek taak tegen te gaan

Diverse respondenten geven expliciet aan zich op zeker moment bedreigd te hebben gevoeld door een collega

Hoewel de aandacht voor integriteit in het openbaar bestuur de laatste decennia sterk is toegenomen en alle respondenten aangeven dat er ook in zijn/haar organisatie aandacht is voor dit thema, neemt de roep om aandacht voor interne veiligheid toe. Diverse respondenten geven expliciet aan zich op zeker moment bedreigd te hebben gevoeld door een collega. Zij benoemen daarbij misbruik van bevoegdheden en ongewenste omgangsvormen.  

New image

PROJECT

3.jpg

Signaleren van Ondermijning

De integrale aanpak van ondermijning krijgt de laatste jaren naast steeds meer aandacht, ook steeds meer vorm. Het besef dat partijen samen dienen te werken om de verwevenheid tussen boven- en onderwereld effectief het hoofd te bieden is inmiddels gemeengoed geworden. 

Hierbij is een groeiende behoefte ontstaan aan een helder inzicht in het fenomeen dat men probeert te bestrijden. Zowel overheden als private partijen hebben behoefte aan tools die hen kunnen helpen om malafide praktijken te signaleren of hen handelingsperspectieven bieden. Datagedreven en informatie gestuurde manieren van werken krijgen hierbij steeds vaker de aandacht. Het lectoraat Ondermijning van Avans Hogeschool probeert hieraan met diverse onderzoeken gericht op de signalering van ondermijning een positieve bijdrage te leveren.

Sinds januari dit jaar is het lectoraat Ondermijning in dit kader gestart met een onderzoek in opdracht van de provincies Noord-Brabant en Gelderland. Dit onderzoek wordt uitgevoerd in samenwerking met CentERdata, een datascience bureau gelieerd aan Tilburg University. 

De opdrachtgevers hebben de behoefte uitgesproken aan de ontwikkeling van een risicotaxatietool in de vorm van een dashboard, dat hen kan helpen om systeemdata waarover zij beschikken te gebruiken om kwetsbaarheid van bedrijventerreinen in de provincie te meten. Het gaat hierbij om een datagedreven manier van werken die moet leiden tot een beter zicht op welke bedrijventerreinen in de regio relatief gezien kwetsbaar zijn voor ondermijnende criminaliteit. De focus in het bijzonder ligt hierbij op het signaleren van drugscriminaliteit, witwassen en mensenhandel. 

Simultaan aan het beschreven project lopen twee onderzoeken in opdracht van de Taskforce-RIEC Brabant-Zeeland. In het project ‘Kwetsbare Branches’ staat het signaleren van ondermijnende criminaliteit centraal. Dit richt zich op het signaleren door gemeenten en focust zich daarbij op een lager aggregatieniveau. Niet zozeer de relatieve kwetsbaarheid van een gebied op basis van indicatoren wordt hier onderzocht, maar juist welke ondernemingen in dat gebied signalen van kwetsbaarheid vertonen. Het doel is gemeenten handvatten te bieden om dit goed in kaart te brengen. Zo worden indicatorensets ontwikkeld, die gemeenten in staat stellen om vanuit systeemdata naar een veiligheidsbeeld van een bepaald gebied toe te werken. Daarnaast worden indicatoren die meetbaar zijn met behulp van waarnemingen ter plaatse en fysieke observaties meegenomen in de ontwikkelde gebiedsscans.

4.jpg

In het project ‘Red Flags van criminele inmenging’ wordt in samenwerking met de hogescholen van Rotterdam en Amsterdam gewerkt aan meer branchegerichte signaleringstools. Hierbij wordt ingezoomd op specifieke kwetsbare branches, zoals de automotive en de transportbranche. Daarnaast worden specifieke tools ontwikkeld die zich richten op het weerbaar maken van ondernemers en het betrekken van ondernemers in collectieven van waaruit zij zelf een bijdrage kunnen leveren aan het tegengaan van ondermijning. Alle bovengenoemde projecten hebben als uitgangspunt een bijdrage te leveren aan veilige bedrijventerreinen, winkelgebieden en een gezond ondernemersklimaat. De ontwikkelde tools worden in de loop van 2021 tot begin 2022 opgeleverd aan de diverse opdrachtgevers. 

‘Red Flags van criminele inmenging’

Waar het onderzoek ‘Kwetsbare Branches’ gericht op bedrijventerreinen sinds deze maand gestart is, loopt al langere tijd een variant gericht op winkelstraten. In dat onderzoeksproject is de fase van productontwikkeling inmiddels bereikt. Naast de genoemde indicatorensets, worden verschillende producten ontwikkeld, zoals procesbeschrijvingen voor gemeenten om vanuit data en informatie een gebiedsscan uit te voeren. Daarnaast wordt een menukaart met mogelijke interventies ontwikkeld, waarin de verschillende handelingsperspectieven die een gemeente heeft om ondermijning aan te pakken overzichtelijk worden uitgewerkt. Niet alleen overheden zelf hebben overigens behoefte aan uitgewerkte handelingsperspectieven. De noodzaak om ondernemers te betrekken in publiek-private samenwerkingsverbanden wordt in toenemende mate onderkend. 

5.jpg

PROJECT

Minor Bestuurlijke Aanpak van Ondermijning

De eerste lichting studenten rondde in januari 2021 de Minor Bestuurlijke Aanpak van Ondermijning af. De minor, ontwikkeld door de opleiding Bestuurskunde en het lectoraat Ondermijning richt zich op de bestuurlijke kant van het aanpakken van ondermijning. 

De minor vervult een behoefte van studenten met een diversiteit aan achtergronden. In deze lichting waren bijvoorbeeld de opleidingen Integrale Veiligheidskunde, Bestuurskunde en HBO Recht vertegenwoordigd, maar kwamen studenten ook uit andere opleidingen als de Politieacademie, Makelaardij & Vastgoed en Bedrijfskunde.

Tijdens de minor stonden elementen als Bestuur & Ondermijning, Recht & Ondermijning of het signaleren van ondermijning centraal. Vijf van de betrokken docenten zijn ook onderzoeker bij het lectoraat ondermijning, waardoor deze minor een uitgelezen kans biedt om resultaten van onderzoeken van het expertisecentrum rechtstreeks in het onderwijs op te nemen. 

Studenten ervoeren de diversiteit van de groep studenten, de verschillende gastdocenten en de praktijkgerichte aanpak als de belangrijkste pluspunten:

“Ondanks de coronamaatregelen en het beperkt aanwezig zijn op school heeft de minor mij wel inzicht gegeven in denkwijzen van andere studenten. Dit kan mij helpen binnen de integrale samenwerking. Nu weet ik waar deze denkwijzen vandaan komen. De kracht van de minor zit dan ook zeker in de deelname van studenten en docenten van verschillende opleidingen. Meerwaarde zijn ook gastcolleges zoals die van (oud-)burgemeester Boelhouwer.”

Ook is er veel samengewerkt met partners van het lectoraat. Zo zijn verschillende gemeenten betrokken geweest, hebben studenten meerdere medewerkers van de Taskforce RIEC Zeeland West-Brabant gesproken en is er door studenten zelf ook veel contact gelegd met ketenpartners zoals het OM, maatschappelijk werk of politie.  

Ook werd de variatie aan onderwerpen en docenten gewaardeerd: “Leuke gastsprekers, leuke variatie in docenten die ook heel gepassioneerd zijn over het beroep dat ze uitvoeren. Leuke groep om mee samen te werken.



Het doel om het thema ondermijning van verschillende kanten te belichten is daarmee behaald. En voor enkele studenten is de minor een opstap geweest naar een afstudeerproject bij het Expertisecentrum Veiligheid of één van haar partners. Zo wordt praktijkonderwijs letterlijk een verbinding richting praktijkgericht onderzoek en het werkveld.  

Studenten 

Doel

Het komend half jaar zal de minor verder worden doorontwikkeld door de opleiding Bestuurskunde. In september 2021 is het de bedoeling om de groep studenten flink uit te breiden en plaats te bieden voor maximaal 64 studenten. Als de onderwijsmogelijkheden op locatie dan ook weer groter worden, moet dat voor een nog sterkere integratie van de verschillende studie-achtergronden en de werkzaamheden van het lectoraat zorgen. 

Tijdens de minor stonden elementen als Bestuur & Ondermijning, Recht & Ondermijning of het signaleren van ondermijning centraal

LECTORAAT

ONDERMIJNING

New image (Copy)

EMILE KOLTHOFF

New image
New image

SCROLL OM MEER TE LEZEN 

In 2020 werden de onderzoeksthema’s van het lectoraat verder uitgewerkt en werden keuzes gemaakt over de richting van het onderzoek. De contacten met werkveld en onderzoek werden geïntensiveerd en er werden veel vervolgopdrachten verworven.

In opdracht van de commissie Binnenlandse Zaken van de Tweede Kamer voerde het lectoraat een onderzoek uit naar de opvolging van de Monitor Agressie en Geweld Openbaar Bestuur binnen Nederlandse gemeenten.

De Taskforce-RIEC Zeeland-Brabant gaf het lectoraat een vervolgopdracht in het kader van het indicatorenproject en aan het eind van het verslagjaar werd gestart met een onderzoek met als doelstelling het ontwikkelen van indicatoren voor ondermijning op bedrijventerreinen met behulp van databestanden in opdracht van de provincies Gelderland en Noord-Brabant. Dit onderzoek wordt uitgevoerd in een consortium met Centerdata.

In 2020 werd ook gestart met de voorbereidingen van een groot meerjarig project, waarbij verschillende gemeenten betrokken worden. Hierbij wordt geëxperimenteerd met instrumenten om de sociale cohesie en het vertrouwen in de overheid in wijken te vergroten. Doel is om burgers meer zelfredzaam te maken bij het voorkomen van ondermijning en de meldingsbereidheid te vergroten.

In september 2020 ging de minor Bestuurlijke aanpak van Ondermijning voor de eerste keer van start met 34 deelnemende studenten. Studenten van Avans, maar ook van andere hogescholen en de Politieacademie.

De minor is een samenwerking tussen de opleiding Bestuurskunde van Avans en het lectoraat Ondermijning. Ondanks de beperkingen door Corona (het meeste onderwijs moest online) zijn studenten en het onderwijsteam enthousiast en zal de minor in 2021 zeker opnieuw van start gaan. 

onderzoeks-
lijnen

In het verslagjaar kregen de drie onderzoekslijnen van het lectoraat Ondermijning definitief vorm en is de focus gericht op consolidatie en versteviging daarvan. Het onderzoeksprogramma van het lectoraat concentreert zich op de volgende drie thema’s. 

1

INDICATOREN
Indicatoren ten behoeve van vroeg signalering van ondermijning.

2

WEERBAARHEID VAN HET OPENBAAR BESTUUR 
Geweld en bedreigingen tegen publieke ambtsdragers. Verbetering van de inzet van de Wet Bibob. 

3

BURGERPARTICIPATIE
De rol van de burger bij de preventie en aanpak van ondermijning. Vergroting van sociale cohesie en meldingsbereidheid. Herstel van vertrouwen in de overheid.

PROJECT

Bedreigingen en intimidaties tegen publieke ambtsdragers

een onderzoek naar de opvolging van de monitor Agressie en geweld

In het eerste kwartaal van 2020 is het lectoraat Ondermijning, in opdracht van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken van de Tweede Kamer, gestart met een evaluatieonderzoek naar de bekendheid van de Monitors Agressie en Geweld Openbaar Bestuur en de aanbevelingen uit het programma Veilige Publieke Taak (VPT). 

1.jpg

De monitor is één van de instrumenten die wordt gebruikt door het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties om inzicht te krijgen in de aard en omvang van agressie en geweld tegen publieke ambtsdragers, het programma Veilige Publieke Taak. Dit programma is opgezet om agressie en geweld tegen medewerkers met een publieke taak tegen te gaan. Het evaluatieonderzoek is in december 2020 afgerond en het rapport is op 14 januari 2021 aan de commissie aangeboden.

Het doel van het evaluatieonderzoek was inzicht krijgen in de mate van bekendheid van de monitor en de maatregelen uit het Programma Veilige Publiek Taak onder politici, bestuurders en ambtenaren.

Publieke werkgevers (gemeenten) zijn over het algemeen bekend met de monitor(en) maar minder bekend met de acties en maatregelen volgend uit de monitoren en het programma Veilige Publieke Taak. We constateren wel verschillen tussen de doelgroepen. De monitor lijkt vooral een functie te vervullen in het vergroten van de bewustwording en agendasetting rond het thema maar speelt slechts een kleine rol als aanjager van beleid. 

Dit programma is opgezet om agressie en geweld tegen medewerkers met een publiek taak tegen te gaan

De maatregelen waarop beleid is gemaakt en geïmplementeerd zijn met name ‘Agressie en geweld altijd melden bij de werkgever’, ‘Incidenten van agressie en geweld worden altijd geregistreerd’ en ‘De werkgever doet altijd aangifte bij ernstige gevallen van agressie en geweld’. Ook hebben bijna alle gemeenten een organisatorische norm op basis waarvan medewerkers en publieke ambtsdragers weten waar de grenzen van gedrag van burgers liggen en wanneer zij moeten optreden. 

Wel blijft er sprake van een grijs gebied. Voor agressie en geweld tegen ambtenaren geldt veelal een zerotolerance beleid terwijl de burgemeesters, gemeentesecretarissen en griffiers voor zichzelf de grenzen enigszins oprekken. Organisaties die niet of nauwelijks te maken hebben met incidenten, beschikken minder vaak over protocollen/huisregels en besteden minder aandacht aan het thema in vergelijking met organisaties die vaker met incidenten te maken hebben gehad.  

Hoewel de aandacht voor integriteit in het openbaar bestuur de laatste decennia sterk is toegenomen en alle respondenten aangeven dat er ook in zijn/haar organisatie aandacht is voor dit thema, neemt de roep om aandacht voor interne veiligheid toe. Diverse respondenten geven expliciet aan zich op zeker moment bedreigd te hebben gevoeld door een collega. Zij benoemen daarbij misbruik van bevoegdheden en ongewenste omgangsvormen.  

Diverse respondenten geven expliciet aan zich op zeker moment bedreigd te hebben gevoeld door een collega

Op basis van het onderzoek is een aantal aanbevelingen gedaan. Deze hebben onder meer betrekking op het zichtbaar maken van dit vraagstuk in de media, het versterken van het bewustzijn, scholing en training, samenwerking met politie en Openbaar Ministerie en het monitoren van de veiligheidsbeleving.

Mocht u vragen hebben over het onderzoek dan kunt u contact opnemen met prof. dr. Emile Kolthoff (ew.kolthoff@avans.nl) of dr. Diana Marijnissen (d.marijnissen@avans.nl). 

PROJECT

Signaleren van Ondermijning

De integrale aanpak van ondermijning krijgt de laatste jaren naast steeds meer aandacht, ook steeds meer vorm. Het besef dat partijen samen dienen te werken om de verwevenheid tussen boven- en onderwereld effectief het hoofd te bieden is inmiddels gemeengoed geworden. 

New image

Hierbij is een groeiende behoefte ontstaan aan een helder inzicht in het fenomeen dat men probeert te bestrijden. Zowel overheden als private partijen hebben behoefte aan tools die hen kunnen helpen om malafide praktijken te signaleren of hen handelingsperspectieven bieden. Datagedreven en informatie gestuurde manieren van werken krijgen hierbij steeds vaker de aandacht. Het lectoraat Ondermijning van Avans Hogeschool probeert hieraan met diverse onderzoeken gericht op de signalering van ondermijning een positieve bijdrage te leveren.

Sinds januari dit jaar is het lectoraat Ondermijning in dit kader gestart met een onderzoek in opdracht van de provincies Noord-Brabant en Gelderland. Dit onderzoek wordt uitgevoerd in samenwerking met CentERdata, een datascience bureau gelieerd aan Tilburg University. 

De opdrachtgevers hebben de behoefte uitgesproken aan de ontwikkeling van een risicotaxatietool in de vorm van een dashboard, dat hen kan helpen om systeemdata waarover zij beschikken te gebruiken om kwetsbaarheid van bedrijventerreinen in de provincie te meten. Het gaat hierbij om een datagedreven manier van werken die moet leiden tot een beter zicht op welke bedrijventerreinen in de regio relatief gezien kwetsbaar zijn voor ondermijnende criminaliteit. De focus in het bijzonder ligt hierbij op het signaleren van drugscriminaliteit, witwassen en mensenhandel. 

Simultaan aan het beschreven project lopen twee onderzoeken in opdracht van de Taskforce-RIEC Brabant-Zeeland. In het project ‘Kwetsbare Branches’ staat het signaleren van ondermijnende criminaliteit centraal. Dit richt zich op het signaleren door gemeenten en focust zich daarbij op een lager aggregatieniveau. Niet zozeer de relatieve kwetsbaarheid van een gebied op basis van indicatoren wordt hier onderzocht, maar juist welke ondernemingen in dat gebied signalen van kwetsbaarheid vertonen. Het doel is gemeenten handvatten te bieden om dit goed in kaart te brengen. Zo worden indicatorensets ontwikkeld, die gemeenten in staat stellen om vanuit systeemdata naar een veiligheidsbeeld van een bepaald gebied toe te werken. Daarnaast worden indicatoren die meetbaar zijn met behulp van waarnemingen ter plaatse en fysieke observaties meegenomen in de ontwikkelde gebiedsscans.

Waar het onderzoek ‘Kwetsbare Branches’ gericht op bedrijventerreinen sinds deze maand gestart is, loopt al langere tijd een variant gericht op winkelstraten. In dat onderzoeksproject is de fase van productontwikkeling inmiddels bereikt. Naast de genoemde indicatorensets, worden verschillende producten ontwikkeld, zoals procesbeschrijvingen voor gemeenten om vanuit data en informatie een gebiedsscan uit te voeren. Daarnaast wordt een menukaart met mogelijke interventies ontwikkeld, waarin de verschillende handelingsperspectieven die een gemeente heeft om ondermijning aan te pakken overzichtelijk worden uitgewerkt. Niet alleen overheden zelf hebben overigens behoefte aan uitgewerkte handelingsperspectieven. De noodzaak om ondernemers te betrekken in publiek-private samenwerkingsverbanden wordt in toenemende mate onderkend. 

In het project ‘Red Flags van criminele inmenging’ wordt in samenwerking met de hogescholen van Rotterdam en Amsterdam gewerkt aan meer branchegerichte signaleringstools. Hierbij wordt ingezoomd op specifieke kwetsbare branches, zoals de automotive en de transportbranche. Daarnaast worden specifieke tools ontwikkeld die zich richten op het weerbaar maken van ondernemers en het betrekken van ondernemers in collectieven van waaruit zij zelf een bijdrage kunnen leveren aan het tegengaan van ondermijning. Alle bovengenoemde projecten hebben als uitgangspunt een bijdrage te leveren aan veilige bedrijventerreinen, winkelgebieden en een gezond ondernemersklimaat. De ontwikkelde tools worden in de loop van 2021 tot begin 2022 opgeleverd aan de diverse opdrachtgevers. 

‘Red Flags van criminele inmenging’

3.jpg
4.jpg

PROJECT

Minor Bestuurlijke Aanpak van Ondermijning

De eerste lichting studenten rondde in januari 2021 de Minor Bestuurlijke Aanpak van Ondermijning af. De minor, ontwikkeld door de opleiding Bestuurskunde en het lectoraat Ondermijning richt zich op de bestuurlijke kant van het aanpakken van ondermijning. 

5.jpg

De minor vervult een behoefte van studenten met een diversiteit aan achtergronden. In deze lichting waren bijvoorbeeld de opleidingen Integrale Veiligheidskunde, Bestuurskunde en HBO Recht vertegenwoordigd, maar kwamen studenten ook uit andere opleidingen als de Politieacademie, Makelaardij & Vastgoed en Bedrijfskunde.

Tijdens de minor stonden elementen als Bestuur & Ondermijning, Recht & Ondermijning of het signaleren van ondermijning centraal. Vijf van de betrokken docenten zijn ook onderzoeker bij het lectoraat ondermijning, waardoor deze minor een uitgelezen kans biedt om resultaten van onderzoeken van het expertisecentrum rechtstreeks in het onderwijs op te nemen. 

Studenten ervoeren de diversiteit van de groep studenten, de verschillende gastdocenten en de praktijkgerichte aanpak als de belangrijkste pluspunten:

“Ondanks de coronamaatregelen en het beperkt aanwezig zijn op school heeft de minor mij wel inzicht gegeven in denkwijzen van andere studenten. Dit kan mij helpen binnen de integrale samenwerking. Nu weet ik waar deze denkwijzen vandaan komen. De kracht van de minor zit dan ook zeker in de deelname van studenten en docenten van verschillende opleidingen. Meerwaarde zijn ook gastcolleges zoals die van (oud-)burgemeester Boelhouwer.”

Studenten 

Ook werd de variatie aan onderwerpen en docenten gewaardeerd: “Leuke gastsprekers, leuke variatie in docenten die ook heel gepassioneerd zijn over het beroep dat ze uitvoeren. Leuke groep om mee samen te werken.



Het doel om het thema ondermijning van verschillende kanten te belichten is daarmee behaald. En voor enkele studenten is de minor een opstap geweest naar een afstudeerproject bij het Expertisecentrum Veiligheid of één van haar partners. Zo wordt praktijkonderwijs letterlijk een verbinding richting praktijkgericht onderzoek en het werkveld.  

Doel

Tijdens de minor stonden elementen als Bestuur & Ondermijning, Recht & Ondermijning of het signaleren van ondermijning centraal

Ook is er veel samengewerkt met partners van het lectoraat. Zo zijn verschillende gemeenten betrokken geweest, hebben studenten meerdere medewerkers van de Taskforce RIEC Zeeland West-Brabant gesproken en is er door studenten zelf ook veel contact gelegd met ketenpartners zoals het OM, maatschappelijk werk of politie.  

Het komend half jaar zal de minor verder worden doorontwikkeld door de opleiding Bestuurskunde. In september 2021 is het de bedoeling om de groep studenten flink uit te breiden en plaats te bieden voor maximaal 64 studenten. Als de onderwijsmogelijkheden op locatie dan ook weer groter worden, moet dat voor een nog sterkere integratie van de verschillende studie-achtergronden en de werkzaamheden van het lectoraat zorgen.